[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Motrichko,Viktoriya"]
[Black "Kasnadi,Shammie"]
[Result "1-0"]
[WhiteRating "2216"]
[WhiteTime "0.04"]
[BlackRating "2182"]
[BlackTime "0.29"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "133"]
[WhiteTitle "MI"]
[WhiteCountry "ua"]
[BlackCountry "nl"]
1. 32-28 16-21 2. 31-26 18-22 3. 37-32 11-16 4. 41-37 7-11 5. 46-41
1-7 6. 34-29 20-25 7. 39-34 13-18 8. 44-39 9-13 9. 50-44 3-9
10. 37-31 19-23 11. 28x19 14x23 12. 41-37 23-28 13. 32x23 10-14
14. 35-30 22-27 15. 31x22 17x19 16. 26x17 11x22 17. 30-24 19x30
18. 29-23 18x29 19. 33x35 6-11 20. 39-33 11-17 21. 44-39 14-19
22. 37-31 5-10 23. 42-37 10-14 24. 31-26 13-18 25. 37-31 14-20 (
{[%ball] Scan 3.1: Scan ziet hier een interessant positioneel
verschil met de partijzet 25...14-20. Met } 25... 9-13 {[%aall]
speelt zwart nadrukkelijker naar het centrum en houdt zij meer
invloed op de centrale velden. De partijzet 14-20 richt zich meer op
de vleugelstructuur, terwijl 9-13 beter aansluit bij een centrumplan.
} {[%ball] Na } 26. 38-32 {[%ball] kiest zwart in de variant voor }
22-27 {[%aall] en neemt daarmee direct de aangeboden ruil. Dat is een
logische en praktische beslissing. Bij nader inzien hoeft zwart een
eventuele hekstelling niet te vrezen; ook wanneer wit die opbouw
krijgt, blijft het stellingsoordeel binnen de grenzen van het
evenwicht. } ( {[%ball] Kingsrow 1.63: Met 26...22-27 neemt zwart de
aangeboden ruil, maar dat betekent niet dat zij een hekstelling uit
de weg moet gaan. De rustigere voortzetting 26...14-20 laat juist toe
dat wit met 27.32-27 de kenmerkende formatie inneemt.
Zo’n
hekstelling kan er op het eerste gezicht aantrekkelijk uitzien voor
wit. De omsingeling alleen vormt echter nog geen bewijs van voordeel.
Beslissend is of wit de zwarte stand werkelijk kan beperken en of
zwart voldoende aanknopingspunten voor tegenspel behoudt. In deze
concrete stelling blijkt dat laatste het geval. } 26... 14-20
27. 32-27 19-23 28. 34-30 25x34 29. 40x29 23x34 30. 39x30 20-25
31. 49-44 25x34 32. 44-39 15-20 33. 39x30 20-25 34. 30-24 {[%aall] De
hekstelling levert Viktoriya Motrichko in deze concrete stand geen
aantoonbaar voordeel op. De variant blijft gelijkwaardig. Daarmee
blijkt dat 26...22-27 weliswaar een logische en praktische ruil is,
maar niet noodzakelijk om moeilijkheden te voorkomen. Ook met
26...14-20 kan Shammie Kasnadi de hekstelling toelaten zonder het
evenwicht te verbreken.
Deze nevenvariant onderstreept vooral dat
een systeem nooit uitsluitend op zijn uiterlijke kenmerken mag worden
beoordeeld. Eerst moet worden vastgesteld wat beide partijen in de
concrete stand werkelijk kunnen bereiken. } ) 27. 31x11 12-17
28. 11x22 18x29 29. 34x23 19x28 30. 43-38 13-18 31. 38-33 18-22
32. 36-31 22-27 33. 31x22 28x17 34. 49-43 7-12 35. 35-30 25x34
36. 40x29 12-18 37. 43-38 8-13 38. 45-40 2-8 39. 40-35 14-19
40. 29-23 18x29 41. 33x24 19x30 42. 35x24 13-18 43. 38-32 18-23
44. 39-34 17-22 45. 32-27 22x31 46. 26x37 {[%aall] De afwikkeling
bevestigt vooral hoe zorgvuldig de partij tot dat moment werd
behandeld. Het verschil tussen 9-13 en 14-20 zit voornamelijk in het
strategische accent: centrumspel tegenover vleugelspel. Scan geeft
een lichte voorkeur aan de centrumaanpak, maar het verschil blijft
beperkt en verandert het partijbeeld niet wezenlijk. De stand blijft
in evenwicht en er ontstaat geen nieuw hoofdthema. Daardoor krijgt
deze variant vooral waarde als positionele nuance binnen een partij
die pas veel later in het eindspel wordt beslist. } ) 26. 47-42 (
{[%ball] Scan 3.1: Hier verander ik één detail en volg daarna de
gevolgen. In de partij koos Viktoriya Motrichko voor 26.47-42; met }
26. 48-42 {[%aall] blijft de andere schijf beschikbaar voor de
verdere ontwikkeling van de lange vleugel. Zwart reageert
onmiddellijk met } 19-23 {[%aall] en zoekt het centrum op. Dat is
precies wat deze variant interessant maakt: kan wit haar iets andere
opbouw omzetten in werkelijk voordeel, of houdt zwart voldoende
tegenspel? } 27. 38-32 23-28 28. 32x23 18x38 29. 43x32 8-13 30. 42-38
13-19 31. 39-33 2-8 32. 49-43 8-13 33. 34-30 25x34 34. 40x29 19-24
35. 45-40 13-19 36. 40-34 9-13 37. 43-39 12-18 38. 32-28 17-21
39. 28x17 21x12 40. 26-21 16x27 41. 31x22 18x27 42. 29-23 19x28
43. 33x31 20-25 {[%aall] Mijn onderzoek levert uiteindelijk een
volledig gelijkwaardige stand op. Wit ontwikkelt haar lange vleugel
anders, maar kan daar geen duurzaam voordeel aan ontlenen. Zwart
bezet het centrum, maakt op de juiste momenten contact en houdt de
stand volledig in balans.
Daarmee is 26.48-42 een speelbaar
alternatief voor de partijzet, maar niet beter. Ook deze variant
bevestigt het algemene partijbeeld: beide partijen bewaren langdurig
het evenwicht en het beslissende moment ontstaat pas veel later in
het eindspel. } ) 26... 9-13 27. 49-44 4-9 28. 34-30 25x34 29. 39x30
19-23 30. 44-39 9-14 31. 30-25 14-19 32. 25x14 19x10 33. 40-34 10-14
34. 34-29 23x34 35. 39x30 7-11 36. 33-29 22-27 37. 31x22 17x28
38. 45-40 11-17 39. 40-34 18-22 40. 38-32 28x37 41. 42x31 22-28
42. 48-42 13-18 43. 42-37 18-22 44. 43-38 28-33 45. 37-32 33x42
46. 31-27 22x31 47. 26x48 12-18 48. 30-25 8-13 49. 32-28 2-8
50. 34-30 16-21 51. 29-24 14-19 52. 28-23 18x20 53. 25x23 15-20
54. 30-25 13-19 55. 25x14 19x10 56. 23-19 17-22 57. 35-30 21-27
58. 30-24 10-15 59. 19-14 8-13 60. 48-43 22-28 61. 24-20 15x24
62. 14-10 13-19 63. 10-4 {[%ball] Zwart kiest niet voor een van de
twee remisewegen. Na een partij die zeer lang gelijkwaardig is
gebleven, vormt } 27-32 {[%aall] het beslissende moment. Het
verdedigende evenwicht verdwijnt en wit krijgt de gelegenheid de
zwarte stukken volledig in bedwang te houden. } $2 ( 63... 24-30
{[%aall] In zijn commentaar op Toernooibase wees MI Frank Teer erop
dat zwart hier met 63...24-30 nog remise kon maken. Kingsrow
bevestigt dat deze zet rechtstreeks naar een database-remise voert.
De zwarte stand oogt kwetsbaar, maar met nauwkeurig spel beschikt
zwart over voldoende tegenspel. In dit eindspel is de juiste timing
doorslaggevend. } 64. 4x31 30-34 65. 31-18 34-39 66. 43x34 28-32
67. 18-31 32-38 68. 31-48 19-23 69. 36-31 23-28 {[%aall] De eindstand
van deze variant is remise omdat wit aan zet is. Dat detail is
essentieel: zou zwart in dezelfde eindstand aan zet zijn, dan was de
stand voor wit gewonnen. De remise berust dus niet alleen op de
plaatsing van de stukken, maar ook op het juiste tempo. De credits
voor het aanwijzen van deze verdediging gaan naar Frank Teer, die
63...24-30 in zijn commentaar op Toernooibase als remiseweg
vermeldde. Kingsrow bevestigt dat deze voortzetting direct naar een
database-remise leidt. } ) ( {[%ball] Kingsrow 1.63: } 63... 24-30
{[%aall] (= (0.03);9.99/61) } ) ( {[%ball] Scan 3.1: } 63... 24-29
{[%aall] Onderzoeksvraag: was 63...24-30 werkelijk de enige
reddingsboei voor zwart?
Frank Teer wees op Toernooibase terecht op
63...24-30, maar Scan onderzoekt of zwart werkelijk maar één
remisezet had. Het antwoord is verrassend: ook 63...24-29 houdt
stand. Daarmee vult Scan de menselijke analyse aan en blijkt de
verdediging iets ruimer dan aanvankelijk werd aangenomen. } 64. 4x31
29-34 65. 31-26 34-40 66. 43-39 40-45 67. 39-34 28-32 68. 26-31 32-37
69. 31x48 {[%aall] Ook deze afwikkeling eindigt in remise. Scan laat
daarmee zien dat 63...24-30 niet de enige redding was: zwart kon zich
eveneens met 63...24-29 staande houden. Het onderzoek doet niets af
aan de waarde van Frank Teers opmerking op Toernooibase, maar voegt
er een tweede houdbare verdediging aan toe. } ) ( {[%ball] Flits 3.1:
} 63... 24-30 {[%aall] (= (0.07);9.99/19) } ) 64. 4-15 {[%aall]
Viktoriya Motrichko grijpt haar kans onmiddellijk en bewust aan. De
dam op 15 werkt samen met schijf 36 en houdt de drie zwarte schijven
onder controle. Tegelijkertijd houdt de witte schijf op 39 de zwarte
schijf op 30 tegen. Zwart kan daardoor niet meer doorbreken en krijgt
geen gelegenheid om een dam te halen. } $3 24-30 65. 43-39 32-37
66. 15-20 19-23 67. 20-15 {[%aall] Slotverhaal
Hier komen beide
kanten van het partijverhaal even sterk naar voren. Shammie Kasnadi
laat met 63...27-32? de remise ontsnappen, terwijl er met 63...24-30
en 63...24-29 nog twee houdbare verdedigingen beschikbaar waren.
Vervolgens verdient de afwerking van Viktoriya Motrichko alle lof.
Met 64.4-15! bouwt zij doelbewust een wurgconstructie op waarin de
zwarte schijven hun bewegingsvrijheid en doorbraakkansen verliezen.
De winst volgt niet uit een plotselinge tactische slag, maar uit
bijzonder sterke
eindspeltechniek.
RAPPORTCIJFERS
Kingsrow
Viktoriya
Motrichko: 8,3
Shammie Kasnadi: 7,2
Partij:
8,0
Scan
Viktoriya Motrichko: 8,2
Shammie Kasnadi:
7,1
Partij: 7,9
Flits
Viktoriya Motrichko: 8,4
Shammie Kasnadi: 7,0
Partij:
8,1
GEMIDDELDE
Viktoriya Motrichko: 8,3
Shammie
Kasnadi: 7,1
Partij: 8,0 } 1-0
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Droog,Andre"]
[Black "Vermeulen,Adri"]
[Result "1/2-1/2"]
[WhiteRating "2223"]
[WhiteTime "0.12"]
[BlackRating "2119"]
[BlackTime "0.03"]
[PlyCount "104"]
[BlackCountry "nl"]
1. 32-28 16-21 2. 31-26 11-16 3. 38-32 {[%aall] FR: na 3.37-32 is dit
de niet alleen een scherp alternatief maar ook populair met 2650
praktijkvoorbeelden. } 18-22 4. 43-38 13-18 5. 37-31 21-27 6. 32x21
16x27 {[%aall] Na de ruil op veld 21 ontstond een belangrijk
strategisch gegeven. Wit beschikte nu over vijf aanvallers tegenover
vier verdedigers. Daardoor kreeg zwart minder vrijheid om een
neutraal plan te kiezen. De verdediging vroeg vrijwel vanzelf om
extra ondersteuning van de korte vleugel. Vanuit dat oogpunt lagen
zetten als 18-23 of 19-23 voor de hand.
De betekenis van het
fragment zit niet zozeer in direct aanvalssucces voor wit, maar in de
beperkte keuzemogelijkheden voor zwart. De partij kreeg daardoor een
herkenbaar strategisch karakter: wit mocht initiatief nastreven,
terwijl zwart eerst zijn verdedigende organisatie op orde moest
brengen. } 7. 49-43 7-11 8. 41-37 19-23 9. 28x19 14x23 10. 37-32 8-13
11. 32x21 {[%ball] Na de afwikkeling op veld 22 koos zwart met }
22-28 {[%aall] voor een bekende horizontale verdedigingsopstelling.
Deze zet was minder gericht op onmiddellijk tegenspel en meer op het
verkrijgen van een stabiele verdedigingsstructuur. Daarmee kwam de
partij terecht in een herkenbaar theoretisch terrein waarin zwart de
witte druk gecontroleerd probeerde op te vangen.
De waarde van dit
moment ligt vooral in zijn theoretische betekenis. Het is een
herkenningspunt dat laat zien hoe zwart de eerder noodzakelijke
versterking van de verdediging concreet vormgeeft. } 12. 33x22 18x16
13. 39-33 12-18 14. 46-41 1-7 15. 41-37 7-12 16. 37-32 2-8 17. 44-39
10-14 18. 50-44 14-19 19. 34-29 23x34 20. 39x30 5-10 21. 44-39 10-14
22. 40-34 19-23 23. 30-25 14-19 24. 25x14 9x20 25. 34-29 23x34
26. 39x30 4-9 27. 45-40 18-23 28. 30-25 12-18 29. 25x14 9x20
30. 40-34 20-25 31. 43-39 17-21 32. 26x17 11x22 33. 31-27 22x31
34. 36x27 15-20 35. 33-29 3-9 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: De partijzet
35...3-9 is degelijk, maar 35...6-11 houdt de zwarte positie net iets
actiever. Het verschil is niet groot. De kern van de stelling blijft
dat zwart zijn verdediging verder organiseert terwijl wit zoekt naar
mogelijkheden om het resterende initiatief vast te houden. }
35... 6-11 36. 39-33 20-24 37. 29x20 25x14 38. 33-28 8-12 39. 34-30
14-20 40. 48-43 {[%aall] Na deze nauwkeuriger voortzetting blijft het
evenwicht dicht in de buurt. Wit behoudt nog enige druk op de zwarte
stand, maar de zwarte verdediging blijft voldoende solide. Het gaat
hier vooral om het behoud van activiteit en niet om een wezenlijke
verandering van het stellingsoordeel. } ) 36. 47-41 ( {[%ball]
Kingsrow 1.63: Met 36.47-41 koos wit voor een veilige voortzetting,
maar daarmee nam de druk op de zwarte stand af. Met } 36. 39-33
{[%aall] had wit zijn centrale positie verder kunnen versterken. Het
voordeel zou bescheiden zijn gebleven, maar zwart had dan nog enkele
nauwkeurige verdedigende zetten moeten vinden. } 20-24 ( {[%ball]
Scan 3.1: Onderzoeksvraag: kan zwart na 36.39-33 ook met }
36... 19-24 {[%aall] reageren zonder het evenwicht te verliezen? Deze
aanpak levert een spannender spelbeeld op. Wit houdt druk op de
zwarte stand, terwijl zwart actief naar tegenspel zoekt. } 37. 42-37
6-11 38. 37-31 11-17 39. 31-26 17-22 40. 48-42 22x31 41. 26x37 8-12
42. 32-27 12-17 43. 38-32 17-21 44. 47-41 9-14 45. 32-28 23x32
46. 27x38 {[%aall] Het verloop oogt scherper dan de rustige
hoofdvariant. Beide spelers krijgen meer actieve mogelijkheden en
moeten nauwkeurig blijven spelen, maar uiteindelijk verandert het
stellingsoordeel niet wezenlijk. Ook langs deze route blijft het
geheel gelijkwaardig. De variant is daarom een nuttige neventak, maar
vormt geen zelfstandig hoofdverhaal. } ) 37. 29x20 25x14 38. 33-29
19-24 39. 29x20 14x25 40. 38-33 6-11 {[%aall] Wit bereikt geen
doorslaggevend voordeel, maar houdt met de actieve bezetting van veld
33 nog enige druk in de stand. Zwart kan zich verdedigen, alleen is
de gelijkwaardigheid minder vanzelfsprekend dan na de partijzet
36.47-41. } ) 36... 6-11 37. 39-33 20-24 38. 29x20 25x14 39. 33-29
19-24 40. 29x20 14x25 41. 38-33 11-17 42. 48-43 8-12 43. 33-29 17-22
44. 41-37 22x31 45. 37x26 12-17 46. 43-38 9-14 47. 35-30 13-19
48. 42-37 14-20 49. 38-33 20-24 50. 29x20 25x14 51. 33-29 14-20
52. 30-25 23-28 {[%aall] André Droog bouwde vanuit de opening een
klein positioneel initiatief op. De verhouding van vijf witte
aanvallers tegenover vier zwarte verdedigers beperkte aanvankelijk de
keuzevrijheid van Adri Vermeulen, maar zwart organiseerde zijn
verdediging zorgvuldig. Met 36.39-33 had wit de druk nog iets kunnen
opvoeren en een licht voordeel kunnen vasthouden. Na 36.47-41 bleef
het geheel gelijkwaardig. De remise vormde daarmee een logisch
resultaat van een strategisch interessante en correct gespeelde
partij.
RAPPORTCIJFERS
Kingsrow
André Droog: 7,4
Adri Vermeulen: 7,5
Partij: 7,4
Scan
André Droog: 7,3
Adri Vermeulen: 7,4
Partij: 7,3
Flits
André Droog: 7,2
Adri Vermeulen: 7,3
Partij: 7,2
GEMIDDELDE
André Droog:
7,3
Adri Vermeulen: 7,4
Partij: 7,3
} 1/2-1/2
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Tjon A Ong,Andrew"]
[Black "Arts,Job"]
[Result "1/2-1/2"]
[WhiteRating "2201"]
[BlackRating "2166"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "92"]
[WhiteTitle "MF"]
[WhiteCountry "nl"]
[BlackCountry "nl"]
1. 31-27 17-22 2. 36-31 11-17 3. 32-28 19-23 4. 28x19 14x23 5. 37-32
6-11 6. 34-29 23x34 7. 39x30 13-19 8. 44-39 1-6 9. 32-28 9-14
{[%ball] Na } 10. 28-23 19x28 11. 31-26 22x31 12. 33x13 8x19
13. 26x37 19-24 14. 30x19 14x23 {[%aall] oogt het zwarte centrum
opvallend leeg. Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat zwart
positioneel iets heeft ingeleverd en dat wit daarvan later zal kunnen
profiteren.
Die eerste indruk blijkt echter bedrieglijk. Wit staat
zelf vrij ver terug en beschikt niet over concrete aanknopingspunten
om druk op het zwarte centrum uit te oefenen. Bovendien dunt de stand
verder uit, waardoor het vermeende gebrek steeds minder betekenis
krijgt. Job hoeft zijn centrum dan ook niet kunstmatig aan te vullen.
Wat er op het eerste gezicht uitziet als een zwakte, blijkt in de
praktijk geen werkelijk nadeel.
Het leerpunt is helder: een stelling
kan niet alleen op haar uiterlijk worden beoordeeld. Een leeg centrum
is pas zwak wanneer de tegenstander het daadwerkelijk kan aanvallen
of benutten. Hier bleef het vooral een gevoelsmatige indruk, zonder
concrete gevolgen voor het evenwicht. } 15. 37-32 10-14 16. 41-37
16-21 17. 35-30 14-19 18. 46-41 21-27 19. 32x21 17x26 20. 39-33 12-18
21. 50-44 7-12 22. 44-39 12-17 23. 30-25 4-9 24. 25x14 9x20 25. 41-36
17-22 26. 37-32 11-17 27. 49-44 2-7 28. 33-28 22x33 29. 39x28 7-11
30. 36-31 26x37 31. 42x31 20-24 32. 31-27 {[%aall] Deze zet voelt als
een praktisch remiseaanbod. In plaats van de spanning nog enige tijd
vast te houden, kiest wit voor een voortzetting die vrijwel direct
tot omvangrijke afwikkelingen leidt. } ( {[%ball] Scan 3.1: Het
alternatief } 32. 47-41 {[%aall] had de structuur langer intact
gehouden, maar 31-27 nodigt uit tot een reeks wederzijdse ruilen. }
5-10 33. 41-36 17-21 34. 32-27 21x32 35. 28x37 11-17 36. 37-32 6-11
37. 31-27 3-8 38. 38-33 8-12 39. 33-28 10-14 40. 36-31 15-20
41. 31-26 20-25 42. 40-35 14-20 43. 44-39 24-29 44. 39-34 29x40
45. 45x34 20-24 46. 43-38 24-29 47. 48-43 29x40 48. 35x44 23-29
{[%aall] De afwikkeling verloopt vlot en haalt een groot deel van de
resterende spanning uit de stand. Wat volgt is vooral technische
vereenvoudiging. Beide spelers behouden voldoende evenwicht in hun
positie en de partij glijdt zonder nieuwe strategische thema's naar
een logische remise. } ) 32... 17-22 33. 28x17 11x31 34. 32-28 23x32
35. 38x36 19-23 36. 36-31 18-22 37. 47-41 3-8 38. 41-36 8-12
39. 31-27 22x31 40. 36x27 23-28 41. 44-39 6-11 42. 48-42 5-10
43. 42-37 11-16 44. 43-38 12-18 45. 40-34 15-20 46. 45-40 10-14
{[%aall] Slotgesprek
Kingsrow: Het lege zwarte centrum leek
aanvankelijk een positioneel vraagteken, maar wit kon nergens
concrete druk ontwikkelen. Niet iedere visuele onvolkomenheid hoeft
te worden gerepareerd. Soms is rustig laten staan nauwkeuriger dan
haastig opvullen.
Scan: Mijn onderzoek naar 32.47-41 laat zien
dat wit de spanning langer had kunnen bewaren. Met 32.31-27 koos
Andrew Tjon A Ong echter bewust voor een vereenvoudiging die vrijwel
rechtstreeks naar remise leidde.
Flits: Geen tactisch vuurwerk
deze keer. Zodra 31-27 op het bord kwam, verdwenen de schijven bijna
sneller dan de spanning. Zwart accepteerde de afwikkeling en de
remise kwam geen moment meer in gevaar.
Gezamenlijke
conclusie
De partij draaide vooral om het verschil tussen uiterlijke
indruk en concrete werkelijkheid. Het lege zwarte centrum oogde
aanvankelijk kwetsbaar, maar Andrew Tjon A Ong kon daar geen druk
tegen opbouwen. Job Arts hoefde daarom niets kunstmatig te
herstellen. Met 32.31-27 koos wit uiteindelijk voor een praktisch
remiseaanbod, waarna de overgebleven spanning door wederzijdse
afruilen verdween.
Rapportcijfers
Kingsrow
Andrew
Tjon A Ong: 7,0
Job Arts: 7,2
Partij:
6,8
Scan
Andrew Tjon A Ong: 6,9
Job Arts: 7,1
Partij: 6,7
Flits
Andrew Tjon A Ong: 6,7
Job
Arts: 6,9
Partij: 6,5
Gemiddelde
Andrew Tjon A
Ong: 6,9
Job Arts: 7,1
Partij: 6,7 } 1/2-1/2
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Kosior,Anton"]
[Black "van Lith,Karen"]
[Result "1/2-1/2"]
[WhiteRating "2155"]
[WhiteTime "0.58"]
[BlackRating "2193"]
[BlackTime "0.48"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "80"]
[WhiteTitle "MF"]
[WhiteCountry "nl"]
[BlackCountry "nl"]
1. 34-30 17-22 2. 30-25 11-17 3. 40-34 6-11 4. 44-40 1-6 5. 50-44
19-23 6. 34-30 13-19 7. 30-24 20x29 8. 33x13 8x19 9. 35-30 9-13
10. 40-35 2-8 11. 31-26 15-20 12. 36-31 4-9 13. 41-36 20-24 14. 46-41
10-15 15. 31-27 22x31 16. 36x27 17-21 17. 26x17 11x31 18. 37x26 7-11
19. 41-37 12-17 20. 39-33 24-29 21. 33x24 14-20 22. 25x14 9x29
23. 30-25 5-10 24. 44-39 10-14 25. 39-33 19-24 26. 45-40 14-20
27. 25x14 24-30 28. 33x24 30x10 29. 40-34 10-14 30. 43-39 17-21
31. 26x17 11x22 32. 32-27 22x31 33. 37x26 6-11 34. 42-37 11-17
35. 37-32 ( {[%ball] Scan 3.1: } 35. 49-43 {[%aall] Een
onderzoeksvraag dringt zich op: kan wit met 49-43 een stelling op het
bord houden waarin zwart zijn plannen nog moet bewijzen? In het
vervolg probeert zwart een stevig centrum op te bouwen en invloed uit
te oefenen op de velden 27 en 28. Dat oogt veelbelovend en geeft
zwart een actief stellingbeeld. De vraag is echter of die
centrumcontrole ook werkelijk kan worden omgezet in tastbaar
voordeel. } 8-12 36. 47-41 3-8 37. 39-33 18-22 38. 43-39 23-28
39. 34-29 17-21 40. 26x17 12x21 41. 41-36 21-27 42. 37-31 8-12
43. 29-24 12-18 44. 31-26 18-23 45. 35-30 14-19 46. 39-34 28x39
47. 34x43 13-18 {[%aall] Het centrum van zwart oogt indrukwekkender
dan het uiteindelijk blijkt te zijn. De formatie krijgt onvoldoende
ondersteuning om echt gevaarlijk te worden en wit komt nergens
beslissend in de verdrukking. Wat aanvankelijk als een veelbelovend
plan verschijnt, mondt uit in een stelling waarin het evenwicht
behouden blijft. Het idee is interessant, maar de praktische
opbrengst blijft beperkt. } ) 35... 8-12 36. 39-33 3-8 ( {[%ball]
Scan 3.1: } 36... 17-22 {[%aall] Soms ziet een stelling er rijker uit
dan zij werkelijk is. Na 17-22 lijkt zwart het centrum steviger in
handen te krijgen. De zwarte schijven rukken op, het tempoverloop
oogt gunstig en er ontstaat een stand waarin je haast vanzelf
verwacht dat er ergens voordeel moet zitten. Dat maakt deze variant
interessant: niet omdat het voordeel zichtbaar is, maar omdat de
stelling er voortdurend naar blijft hinten. } 37. 32-27 22x31
38. 26x37 12-17 39. 38-32 3-8 40. 48-43 13-19 41. 43-39 18-22
42. 37-31 8-12 43. 34-30 15-20 44. 30-25 12-18 {[%aall] Het
aantrekkelijke plaatje houdt echter geen stand. Zwart beschikt over
centrumcontrole en een aanzienlijk tempo-overschot, maar de
noodzakelijke formaties ontbreken om daar werkelijk iets mee te
beginnen. Na de afwikkeling verdwijnt de resterende spanning zelfs
grotendeels uit de stelling. Het centrum staat er wel, maar krijgt
nergens de kans om zijn tanden te laten zien. Een mooi idee op
papier, een gewone remise op het bord. } ) 37. 49-43 17-22 38. 32-28
23x32 39. 38x27 22x31 40. 26x37 12-17 {[%aall] Kingsrow: Opmerkelijk
was hoe vaak de stelling de indruk wekte dat er ergens iets te halen
viel. Centrumcontrole, tempiwinst en actieve schijven kwamen allemaal
voorbij, maar nergens ontstond een concreet aangrijpingspunt. De
partij bleef daardoor opmerkelijk stabiel.
Scan: Twee keer leek
een alternatief plan net iets meer perspectief te bieden. Eerst met
49-43, later met 17-22. Bij nader onderzoek bleek echter dat de
aantrekkelijke ideeën onvoldoende ondersteuning kregen. Het verschil
zat vooral in het concept, niet in het resultaat.
Flits: Er werd
regelmatig naar een ingang gezocht, maar iedere deur die op een kier
leek te staan, bleek uiteindelijk dicht. Zelfs een stevig zwart
centrum kreeg de motor niet echt aan de praat. Mooie plannen, weinig
vuurwerk.
Gezamenlijke conclusie
Deze partij laat zien dat een goed
uitziende stelling en een goede stelling niet altijd hetzelfde zijn.
Zowel in de partij als in de onderzochte varianten verschenen
aantrekkelijke strategische ideeën, maar geen van beide spelers
beschikte over voldoende middelen om daar tastbaar voordeel uit te
halen. De uiteindelijke remise was daarom niet het gevolg van één
grote afwikkeling, maar van een langdurig evenwicht waarin geen van
de plannen werkelijk
doorzette.
Rapportcijfers
Kingsrow
Anton Kosior: 7,0
Karen van Lith: 7,1
Partij: 6,8
Scan
Anton
Kosior: 7,0
Karen van Lith: 7,0
Partij:
6,9
Flits
Anton Kosior: 6,8
Karen van Lith: 6,8
Partij: 6,6
Gemiddelde
Anton Kosior: 6,9
Karen
van Lith: 7,0
Partij: 6,8 } 1/2-1/2
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Zegelink,Frits"]
[Black "Kalis,Wim"]
[Result "0-1"]
[WhiteRating "2073"]
[WhiteTime "0.03"]
[BlackRating "2236"]
[BlackTime "0.04"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "133"]
[WhiteCountry "nl"]
[BlackTitle "MF"]
[BlackCountry "nl"]
1. 32-28 20-25 2. 37-32 15-20 3. 41-37 10-15 4. 34-29 17-22 5. 28x17
11x22 6. 31-26 5-10 7. 37-31 6-11 8. 46-41 12-17 9. 41-37 8-12
10. 32-28 3-8 11. 37-32 19-23 12. 28x19 14x34 13. 40x29 22-27
14. 32x21 16x27 15. 31x22 18x27 16. 33-28 1-6 17. 38-33 10-14
18. 42-38 17-22 19. 28x17 11x22 20. 38-32 27x38 21. 43x32 13-18
22. 39-34 14-19 23. 36-31 9-13 24. 48-42 6-11 {[%ball] Met }
25. 32-27 {[%aall] kiest Frits echter voor een minder nauwkeurige
voortzetting. De zet verliest niet direct, maar maakt de witte stand
kwetsbaarder. Vanaf dit moment kan Wim Kalis zijn positie geleidelijk
versterken, terwijl wit steeds vaker nauwkeurig moet verdedigen. Hier
ontstaat het eerste duurzame voordeel voor zwart. } ( {[%ball] De
witte stand was inmiddels niet meer geheel zorgeloos. Zwart had zijn
stukken goed opgesteld en beschikte over iets gemakkelijker spel,
maar van een werkelijk voordeel was nog geen sprake. Met } 25. 32-28
{[%aall] had wit de samenhang in zijn positie kunnen bewaren. Na de
vereenvoudiging blijft de stand voldoende evenwichtig en krijgt zwart
geen gelegenheid om zijn lichte druk onmiddellijk te vergroten. }
11-17 26. 42-38 19-23 27. 28x19 13x24 28. 38-32 7-11 29. 33-28 24x33
30. 28x39 {[%aall] Met 25.32-28 had wit het evenwicht nog binnen
bereik gehouden. Na 25.32-27 kreeg Wim Kalis voor het eerst duurzaam
initiatief. Dat voordeel was aanvankelijk bescheiden, maar zou in het
verdere partijverloop stap voor stap uitgroeien tot een bijna
gewonnen stand. } ) 25... 11-17 26. 47-41 {[%aall] De witte stand
stond al onder druk en met deze zet neemt de kwetsbaarheid verder
toe. Het zwarte voordeel begint nu duidelijker vormen aan te nemen. }
( {[%ball] Kingsrow 1.63: Wit kon zich nog het hardnekkigst
verdedigen met: } 26. 42-38 {[%aall] FR: om de schade te berperken }
7-11 27. 44-39 19-23 ( {[%ball] Scan 3.1: } 27... 22-28 28. 33x22
17x28 29. 38-32 28x37 30. 31x42 12-17 31. 49-43 8-12 32. 45-40 17-22
33. 43-38 22x31 34. 26x37 20-24 35. 29x20 15x24 36. 47-41 11-17
37. 50-44 18-23 38. 38-33 17-21 39. 37-32 4-10 40. 33-29 24x33
41. 39x28 12-17 42. 44-39 13-18 43. 32-27 23x32 44. 27x38 19-23
{[%aall] (-+ (-1.42);-1.05/32) } ) 28. 49-43 13-19 29. 50-44 23-28
30. 27-21 8-13 {[%aall] Met deze opstelling zou wit de schade nog
enigszins hebben beperkt. Zwart behoudt ook dan het gemakkelijkere
spel, maar krijgt minder kansen om zijn voordeel snel uit te bouwen.
} ) 26... 19-23 27. 41-36 {[%aall] veroorzaakt de problemen dus niet.
Die waren al eerder ontstaan. De partijzet laat vooral zien hoe
moeilijk het voor Frits Zegelink is geworden om zijn stand nog te
bevrijden. Wim Kalis kan de druk blijven opvoeren zonder zelf grote
risico’s te nemen. } ( {[%ball] Scan 3.1: } 27. 44-39 {[%aall] biedt
meer weerstand dan de partijzet, maar wie verwacht dat wit daarmee
meteen uit de problemen wandelt, komt bedrogen uit. Scan zet het
vergrootglas erop en ziet dat zwart de witte stand steeds verder
insnoert: } 13-19 28. 49-43 17-21 29. 26x28 23x21 30. 42-37 21-26
31. 31-27 19-24 32. 43-38 8-13 {[%aall] heeft zwart zijn stukken
uitstekend neergezet. Wit kan nog zetten genoeg vinden, maar echte
bewegingsvrijheid is iets anders. Bij iedere poging om ruimte te
maken, verschijnt er alweer een nieuwe zwarte schijf op het
onderzoeksterrein.
Het veelzeggendst is dat zowel Scan als
Kingsrow uiteindelijk geen betere verdediging vindt dan een offer met
29-23. Dat is geen ondernemend plan waarmee wit vrijwillig op
avontuur gaat, maar een nooduitgang. En zoals vaker met
nooduitgangen: je gebruikt ze pas wanneer de gewone deur niet meer
open wil. } ) {[%ball] Met } 27... 4-9 {[%aall] kiest zwart voor een
rustige ontwikkeling. De zet is zeker niet slecht, want het
opgebouwde voordeel blijft grotendeels behouden. } ( {[%ball] Scan
3.1: Toch ziet Scan een kans om het vergrootglas even te verruilen
voor de verrekijker: met } 27... 13-19 {[%aall] kon zwart meteen
verder vooruitkijken. } $1 28. 42-38 17-21 29. 26x28 23x21 30. 45-40
8-13 31. 38-32 21-26 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: Met } 31... 19-24
{[%aall] krijgt het zwarte spel een zeer concrete vorm. Na de verdere
opbouw ontstaat een echte hekstelling. De zwarte schijven werken
uitstekend samen en beperken de bewegingsvrijheid van wit steeds
verder. Voor Frits Zegelink wordt het daardoor moeilijk om zijn stand
op normale wijze te ontwikkelen. } 32. 32-28 21-26 33. 31-27 13-19
34. 28-22 26-31 35. 22x13 19x8 36. 50-45 {[%aall] De hekstelling
heeft haar werk inmiddels gedaan. Wit weet zich uiteindelijk wel uit
de omsingeling te bevrijden, maar niet gratis. De bevrijding gaat
gepaard met schijfverlies, waardoor de positionele problemen
plaatsmaken voor een materieel nadeel. Juist daarin schuilt vaak de
kracht van een goed uitgevoerde hekstelling: de tegenstander komt
los, maar betaalt daarvoor een hoge prijs. } ) 32. 33-28 26x37
33. 32x41 19-24 34. 29-23 18x29 35. 34x23 {[%aall] Wit moet opnieuw
naar 29-23 grijpen om lucht te zoeken. Scan treft hier dus hetzelfde
spoor aan als in het vorige fragment: zwart neemt steeds meer ruimte
in en wit vindt uiteindelijk vooral nooduitgangen. Met 27...13-19 had
Wim Kalis de druk directer kunnen opvoeren. Het kalmere 27...4-9 laat
die kans gedeeltelijk liggen, maar van een echte fout is geen sprake.
Zwart blijft duidelijk aan het roer, alleen zonder meteen volle
kracht vooruit te varen. } ) 28. 42-38 9-14 29. 34-30 25x34 30. 29x40
{[%ball] Met } 13-19 {[%aall] behoudt zwart zijn stevige greep op de
partij. } ( {[%ball] Scan 3.1: Deze zet trok direct mijn aandacht.
Het gespeelde 30...13-19 ziet er op het eerste gezicht heel logisch
uit. De zwarte schijfverdeling wordt er bijna modelmatig van en het
voordeel blijft behouden. Toch wijst mijn onderzoek uit dat }
30... 14-19 {[%aall] nog krachtiger is. Zwart beperkt zich niet tot
het consolideren van zijn voordeel, maar voert de druk onmiddellijk
verder op. Terwijl de zwarte formatie steeds actiever wordt, raakt
het witte centrum langzaam maar zeker leeg. } 31. 38-32 19-24
32. 40-34 7-11 33. 44-40 24-29 34. 33x24 20x29 {[%aall] Hier wordt
zichtbaar waarom deze voortzetting zo sterk is. De witte schijven
verdwijnen steeds meer uit het centrum. Langzaam ontstaat een
merkwaardig beeld: een linkerflank, een rechterflank en daartussen
steeds minder witte aanwezigheid. Zwart krijgt daardoor vrijwel vrij
spel in het centrum. Vanuit die centrale velden kan de druk verder
worden opgevoerd, terwijl wit steeds verder in de verdrukking raakt.
Juist daarom spreekt deze voortzetting mij meer aan dan het rustige
13-19. } ) 31. 27-21 ( {[%ball] Scan 3.1: } 31. 40-34 {[%aall] trok
mijn aandacht omdat wit daarmee zijn stand iets beter bijeenhoudt.
Een wondermiddel is het niet. Daarvoor heeft zwart inmiddels te veel
ruimte en te veel aanknopingspunten verzameld. Wel kan wit zich zo
wat hardnekkiger verzetten: } 7-11 32. 44-39 11-16 33. 49-43 20-25
34. 50-44 8-13 35. 34-29 23x34 36. 39x30 25x34 37. 44-39 19-23
38. 39x30 23-28 39. 33-29 28-32 40. 27-21 16x27 41. 38-33 {[%aall]
Ook dit onderzoek levert wit uiteindelijk geen echte reddingsboei op.
Met 40-34 verdedigt wit zich iets nauwkeuriger dan in de partij, maar
de onderliggende problemen verdwijnen niet. Zwart blijft het
initiatief houden en profiteert van de betere samenwerking tussen
zijn schijven. Tegen de tijd dat deze stelling is bereikt, heeft
zwart zelfs een schijf winst weten te boeken. Daarmee wordt duidelijk
dat 40-34 hooguit taaier verzet biedt. De witte stand blijft ook in
deze variant structureel onder druk staan. } ) ( {[%ball] Flits 3.1:
} 31. 40-34 {[%ball] Hier keek ik juist naar een actievere aanpak met
} 20-24 {[%aall] Waar andere varianten vooral draaien om het langzaam
vergroten van het zwarte voordeel, ontstaat hier meer strijd. Zwart
beschikt nog steeds over een indrukwekkend centrum, maar een groot
centrum alleen wint geen partij. Wit krijgt meer mogelijkheden om
terug te vechten en de stelling blijft levendig. } 32. 34-30 14-20
33. 30-25 7-11 34. 25x14 19x10 35. 44-39 10-14 36. 45-40 8-13
37. 40-34 14-19 38. 34-30 15-20 {[%aall] Kijk eens aan, hier begint
het gevecht weer een beetje te leven. Zwart heeft weliswaar het
centrum stevig in handen, maar wit staat niet langer met de rug tegen
de muur. De zwarte schijven domineren het midden van het bord,
terwijl wit langs de vleugels weer speelruimte probeert te vinden.
Daardoor ontstaat een stelling waarin beide spelers nog werk te
verrichten hebben. Minder beklemmend dan in veel andere varianten, en
daardoor ook een stuk spannender. } ) 31... 8-13 32. 21-16 7-11
33. 16x7 2x11 34. 31-27 22x31 35. 36x27 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: De
partijzet 35.36x27 is begrijpelijk, maar wit houdt meer
bewegingsruimte wanneer hij naar achteren slaat. In een stand waarin
de zwarte druk al zwaar weegt, kan een beetje extra lucht van
praktische betekenis zijn. Daarom verdient } 35. 26x37 {[%aall] de
voorkeur: } 17-22 36. 44-39 22-27 37. 39-34 18-22 38. 35-30 12-18
39. 40-35 20-25 {[%aall] De zwarte stukken werken hier voorbeeldig
samen. Op de ene vleugel wordt de druk opgevoerd, terwijl op de
andere vleugel de controle behouden blijft. Wit beschikt nauwelijks
nog over bewegingsvrijheid en vindt geen actief tegenspel meer. De
stand raakt steeds verder bekneld en de verdedigende mogelijkheden
nemen af. Hoewel 26x37 meer weerstand biedt dan de partijzet, is wit
ook in deze variant feitelijk overspeeld geraakt. } ) 35... 17-22
36. 44-39 22x31 37. 26x37 11-16 38. 40-34 16-21 39. 45-40 ( {[%ball]
Kingsrow 1.63: De partijzet 39.45-40 is opnieuw geen grote fout. Toch
verdient } 39. 49-43 {[%aall] de voorkeur, omdat wit daarmee de
opmars 34-29 voorbereidt. In deze benarde positie moet iedere witte
zet erop gericht zijn de stukken zo goed mogelijk te laten
samenwerken. } 18-22 40. 34-29 23x34 41. 39x30 19-23 42. 30-25 12-18
43. 43-39 13-19 {[%aall] Op het eerste gezicht heeft wit zijn stukken
iets beter georganiseerd, maar de strategische verhoudingen zijn
inmiddels volledig in zwarts voordeel. Zwart beheerst de belangrijke
velden, houdt op beide vleugels de controle en beschikt over een
krachtige flankaanval. Wit kan nauwelijks nog een actief plan
ontwikkelen en wordt van verdedigende zet naar verdedigende zet
gedwongen. De zwarte greep op de stelling wordt steeds sterker en het
lijkt vooral een kwestie van tijd voordat de druk op de lange vleugel
beslissende gevolgen krijgt. Hoewel 49-43 de taaiste verdediging
vormt, is wit in deze stelling feitelijk al overspeeld. } )
39... 18-22 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: Zwart heeft de witte stand
inmiddels vrijwel geheel in zijn greep. Met } 39... 20-25 {[%aall]
kon Wim Kalis die strategische overmacht nog directer tot uitdrukking
brengen. De zet verstevigt de flankaanval en bereidt de verdere
opmars voor, terwijl wit nauwelijks gelegenheid krijgt om zich los te
werken: } 40. 50-45 21-26 41. 49-43 23-28 42. 33x22 18x27 43. 38-33
27-31 44. 43-38 {[%aall] Hier heeft zwart de stelling volledig onder
controle gekregen. De belangrijke velden zijn in zwarte handen en wit
beschikt nauwelijks nog over speelruimte. Terwijl de witte formaties
steeds verder worden teruggedrongen, zet zwart zijn aanval rustig
voort. Op de lange vleugel blijft uiteindelijk nog maar een enkele
witte schijf over om weerstand te bieden. De zwarte opmars is niet
meer tegen te houden en de stelling raakt volledig uit evenwicht. Het
gaat niet langer om de vraag of zwart voordeel heeft, maar om de
wijze waarop dat voordeel wordt verzilverd. Wit is in feite al
kansloos geworden en wordt langzaam maar zeker overlopen. } )
40. 33-29 12-18 41. 35-30 20-25 42. 38-32 14-20 $2 ( {[%ball]
Kingsrow 1.63: Na een lange periode van vrijwel voorbeeldige
drukopbouw stond Wim voor de taak zijn strategische overwicht
concreet te maken. Daarvoor was } 42... 22-27 {[%aall] aangewezen.
Zwart dringt dan verder binnen, terwijl wit nauwelijks tijd krijgt om
zijn verspreide stukken opnieuw te organiseren: } $1 43. 39-33 27x38
44. 33x42 14-20 45. 29-24 20x29 46. 37-32 29-33 47. 40-35 {[%aall] De
zwarte schijf op 33 legt de witte stelling opnieuw aan banden. Zwart
beschikt over meer ruimte, betere samenhang en een aanval die steeds
verder naar de witte lange vleugel opschuift. Daarmee blijft het
langdurig opgebouwde voordeel behouden.
Het gespeelde 42...14-20?
is daarom des te opvallender. Na een partij waarin Wim de druk
geduldig heeft opgevoerd, maakt hij hier een misrekening waardoor
Frits plotseling weer uitzicht op remise krijgt. De witte doorbraak
naar dam kan niet langer overtuigend worden tegengehouden. Even lijkt
de zorgvuldig opgebouwde zwarte winststelling tussen de vingers door
te glippen. } ) 43. 30-24 19x30 44. 39-33 30x28 45. 50-45 23x34
46. 32x12 13-18 47. 12x23 34-39 48. 40-34 ( {[%ball] Kingsrow 1.63:
De betekenis van } 48. 23-19 {[%aall] ligt niet alleen in het tempo
waarmee wit naar dam loopt. Veel belangrijker is dat de zwarte schijf
op 39 blijft staan. Die schijf belemmert de zwarte ontwikkeling en
geeft de toekomstige witte dam tactische aanknopingspunten: } $1
22-27 49. 19-13 21-26 50. 13-8 27-31 51. 37-32 31-36 52. 8-2 36-41
{[%aall] Wit bereikt dam terwijl de zwarte overmacht nog niet goed
samenwerkt. De schijf op 39, die na de partijzet wordt teruggeworpen,
staat zwart hier juist in de weg. Daardoor kan zwart zijn materiële
meerderheid niet zonder meer tot gelding brengen en blijft remise
binnen bereik.
Met 48.40-34? denkt Frits eerst een hinderlijke
zwarte schijf op te ruimen, maar het effect is precies omgekeerd. Na
48...39x30 staat de zwarte formatie veel gunstiger voor het
overmachtsspel. De tijdelijke ontsnapping die Wim Kalis met
42...14-20? had toegestaan, duurt daarmee slechts enkele zetten.
Zwart krijgt zijn winnende kansen terug. } ) 48... 39x30 49. 23-19
22-27 50. 19-13 21-26 51. 13-8 27-31 52. 37-32 31-36 53. 8-2 20-24
54. 2-16 36-41 55. 32-27 41-47 56. 27-22 47-29 57. 22-17 30-35
58. 17-11 24-30 59. 16-27 29-38 60. 27x43 35-40 61. 45x34 30x48
62. 11-7 26-31 63. 7-1 31-37 64. 49-44 37-41 65. 44-40 41-47
66. 40-35 47-24 67. 1-23 {[%aall] Gezamenlijke conclusie
De
overwinning van Wim Kalis was in de eerste plaats het resultaat van
sterk positioneel spel. Vanaf 25.32-27 nam het zwarte voordeel
langzaam maar gestaag toe. Frits Zegelink maakte geen grote blunders,
maar vond te vaak niet de meest nauwkeurige verdediging, waardoor de
druk bleef groeien.
Het grote omslagpunt kwam met 42...14-20?,
waarmee zwart zijn vrijwel gewonnen stand tijdelijk uit handen gaf.
Daardoor kreeg wit opnieuw uitzicht op remise. Die kans werd echter
gemist met 48.40-34?, waar 48.23-19! nog goede reddingskansen bood.
Vanaf dat moment kreeg zwart zijn overwicht terug en werkte Wim Kalis
de partij professioneel af.
Rapportcijfers
Kingsrow
Frits Zegelink: 5,5
Wim Kalis: 8,5
Partij:
7,5
Scan
Frits Zegelink: 5,5
Wim Kalis: 8,5
Partij: 7,5
Flits
Frits Zegelink: 6,0
Wim
Kalis: 8,0
Partij: 7,0
Gemiddelde
Frits Zegelink:
5,7
Wim Kalis: 8,3
Partij: 7,3 } 0-1
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Hartog,Peter"]
[Black "van Ballegooijen,Mari"]
[Result "1/2-1/2"]
[WhiteRating "2083"]
[WhiteTime "0.04"]
[BlackRating "2185"]
[BlackTime "0.17"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "96"]
[WhiteCountry "nl"]
[BlackTitle "MF"]
[BlackCountry "nl"]
1. 32-28 17-21 2. 34-30 11-17 3. 40-34 {[%aall] Beide spelers leggen
al vroeg een positionele vraag aan de tegenstander voor. Zwart kan
met 20-25 de witte vleugel opsluiten, terwijl wit met 31-26 hetzelfde
aan de andere kant kan doen. Geen van beiden gaat op die uitnodiging
in. Daarmee houden zij de stand liever beweeglijk en bewaren zij de
mogelijkheid om later zelf het initiatief te nemen. De dreiging van
een flankaanval lijkt hierbij nog niet doorslaggevend, want er staan
voldoende schijven klaar om zo’n aanval op te vangen. } 21-26
4. 30-25 6-11 5. 44-40 18-23 {[%mdl 8]} 6. 50-44 23x32 7. 37x28 26x37
8. 41x32 16-21 9. 34-29 20-24 10. 29x20 15x24 11. 40-34 12-18
12. 44-40 8-12 13. 34-29 10-15 14. 29x20 15x24 15. 40-34 5-10
16. 46-41 2-8 17. 41-37 21-26 18. 34-29 10-15 19. 29x20 15x24
20. 45-40 18-23 21. 40-34 12-18 22. 37-31 ( {[%ball] Scan 3.1: }
22. 36-31 {[%aall] Wat gebeurt er als wit de spanning in de klassieke
stand nog wat langer bewaart? Dat was mijn onderzoeksvraag bij deze
variant. } 17-21 23. 31-27 11-16 24. 49-44 7-11 25. 34-29 23x34
26. 39x30 18-23 {[%aall] Het onderzoek laat zien dat wit daarmee geen
duidelijke problemen krijgt. De stand blijft in evenwicht, maar wel
ten koste van een langdurig en ingewikkeld positioneel gevecht. Juist
dat maakt de partijzet van Peter interessant. Door de stand open te
breken koos hij niet voor de veiligste weg, maar mogelijk wel voor
een praktischer partijtype. De klassieke structuur zat nog vol
verborgen manoeuvres en subtiele keuzes.
Onderzoeksresultaat:
22.36-31 houdt stand, maar bevestigt vooral hoe complex de gesloten
klassieke voortzetting had kunnen worden. } ) 22... 26x37 23. 32x41
23x32 24. 38x27 {[%aall] Na de eerdere wederzijdse uitnodigingen om
tot een opsluitingsstructuur te komen, kiest wit voor een andere
koers. Met de afwikkeling na 22...26x37 23.32x41 23x32 24.38x27
breekt Peter de stand bewust open. Daarmee krijgt de partij een
vrijer en overzichtelijker karakter.
Dat betekent niet dat de
gesloten voortzettingen ongevaarlijk waren. Integendeel, in de
klassieke stand bleven verschillende complexe positionele
mogelijkheden aanwezig. Juist daarom is het aannemelijk dat wit de
situatie bewust een andere richting op stuurt. Door de stand open te
breken kiest hij voor actief spel en voorkomt hij dat de partij zich
ontwikkelt in een aantal ingewikkelde klassieke varianten waarin
beide spelers langdurig moeten manoeuvreren.
De engines tonen wel
alternatieven, maar de verschillen blijven beperkt. Het gaat daarom
minder om het vinden van de objectief sterkste zet en meer om een
bewuste keuze voor een bepaald partijtype. Waar beide spelers in de
opening nog terughoudend waren, kiest wit hier voor duidelijkheid en
activiteit. } 18-23 25. 34-30 8-12 26. 41-37 13-18 27. 37-32 9-13
28. 33-28 3-8 29. 43-38 1-6 30. 36-31 11-16 31. 39-33 ( {[%ball]
Kingsrow 1.63: Op het eerste gezicht lijkt wit de druk op zijn lange
vleugel wat te verminderen. De zet heeft bovendien het praktische
voordeel dat enkele tactische mogelijkheden uit de stelling
verdwijnen. De vraag is echter of wit daarmee ook zijn belangrijkste
probleem oplost. Zwart beschikt nog steeds over een prettige
ontwikkeling, terwijl de witte stand weinig actieve aanknopingspunten
biedt. In dergelijke posities gaat het minder om directe dreigingen
dan om de vraag wie zijn plannen het gemakkelijkst kan uitvoeren. }
31. 49-43 7-11 32. 39-34 17-22 33. 28x17 11x22 34. 34-29 24x33
35. 38x29 23x34 36. 30x39 {[%aall] De afwikkeling haalt weliswaar een
deel van de spanning uit de stand, maar verandert weinig aan de
strategische verhoudingen. Zwart heeft zijn opbouw zonder concessies
voltooid en behoudt de meest harmonische stand. Wit komt niet direct
in moeilijkheden, maar moet voorlopig genoegen nemen met een
afwachtende rol. Het voordeel is nog bescheiden, toch blijft het
initiatief aan zwarte zijde en ligt de verdere ontwikkeling van de
partij vooral in haar handen. } ) 31... 17-21 ( {[%ball] Kingsrow
1.63: } 31... 23-29 {[%aall] Op het eerste gezicht lijkt zwart
slechts een schijf door te stoten, maar achter deze zet gaat een
bekend strategisch idee schuil. De Ghestem-doorstoot heeft alleen
waarde wanneer de stelling daarvoor de juiste voorwaarden bevat. Hier
lijken die aanwezig. Het witte klaverblad werkt beperkend op de
bewegingsvrijheid, terwijl de tempiverhouding in zwarts voordeel
begint te spreken.
De eerste vraag die een geoefende speler zich
stelt, is niet of wit direct in gevaar is, maar of wit zijn
bewegingsvrijheid zal kunnen behouden. Dat is een wezenlijk verschil.
Een doorgeschoven schijf op 29 wint niet vanzelf. Zij moet bewijzen
dat de tegenstander uiteindelijk geen bevredigende organisatie meer
vindt. } $1 32. 49-43 18-23 33. 42-37 13-18 34. 47-41 17-22 35. 28x17
12x21 36. 41-36 8-13 {[%aall] De analyse laat zien dat het probleem
niet onmiddellijk zichtbaar is. Wit telt zelfs twee tempi meer. Juist
daarin schuilt de verraderlijkheid van dit type stelling. De
tempiverhouding is gemakkelijk vast te stellen, maar veel moeilijker
is de vraag welke gevolgen zij uiteindelijk heeft. Omdat de schijf op
29 niet eenvoudig meer kan worden afgeruild, moet wit steeds
nauwkeuriger manoeuvreren. De daaropvolgende varianten tonen dat
zwart hiermee het strategische initiatief overneemt en de witte
bewegingsvrijheid steeds verder onder druk zet. } {[%ball] De
Ghestem-doorstoot heeft wit onder zware druk gezet, maar de stelling
is nog niet verloren. Met 37.43-39 kiest wit voor een verdediging die
weinig spectaculair oogt, maar de stand zorgvuldig bij elkaar houdt.
Wit moet daarbij accepteren dat de bewegingsvrijheid beperkt blijft
en dat iedere tempozet telt. } 37. 43-39 ( 37. 33-28 {[%aall] Nu
kiest wit voor de meest natuurlijke voortzetting. De schijf op 28
lijkt mee te helpen aan de beheersing van het centrum, maar juist
deze zet brengt de witte stand uit balans. Na } $2 21-26 {[%aall]
wordt duidelijk dat zwart niet alleen ruimte heeft gewonnen, maar ook
de resterende witte tempi kan aantasten. } 38. 43-39 7-12 ( {[%ball]
Zwart moet wel opletten zo volgt op } 38... 4-10 {[%ball] De
damcombinatie ingeleid door } 39. 27-21 $1 16x27 40. 32x21 23x34
41. 30x39 26x17 42. 39-33 29x38 43. 37-32 38x27 44. 31x2 $18 )
{[%ball] Wit probeert vervolgens met } 39. 28-22 {[%aall] te
voorkomen dat de stand verder wordt dichtgeschoven. } {[%ball] Zwart
beschikt echter over twee sterke antwoorden. Eerst onderzoeken we de
directe opmars met } 29-34 ( {[%ball] Ook goed is } 39... 6-11
{[%aall] Zwart hoeft niet onmiddellijk met 29-34 op te rukken. Met
6-11 kiest hij voor een beheerster plan, waarbij de witte stand eerst
verder van haar bruikbare tempi wordt beroofd. De moeilijkheid voor
wit zit opnieuw in de beperkte bewegingsvrijheid. Vooral 40.39-33
leidt na 4-10, 10-15 en 15-20 tot volledig vastlopen.
Wit probeert
daarom met 40.38-33 de stelling open te breken, maar ook daarop heeft
zwart een scherp antwoord. } 40. 38-33 ( {[%ball] Zwart kan het niet
op tempi laten aankomen, want na } 40. 39-33 4-10 41. 48-43 10-15
42. 43-39 15-20 {[%aall] loopt wit vast, en heeft geen goede zet
meer. } ) 40... 29x38 41. 32x43 12-17 42. 43-38 17x28 43. 38-33 23-29
44. 33x22 {[%ball] Eerst beperkt zwart de beschikbare tempi, daarna
wordt het materiële offer ingezet om de laatste witte verdediging uit
elkaar te trekken. Met } 29-33 {[%aall] mooi offer } $1 {[%mdl 256]}
45. 39x28 {[%ball] geeft zwart een schijf prijs, waarna } 18-23
{[%aall] de pointe vormt. De witte schijf op 28 wordt aangevallen,
terwijl een houdbare voortzetting ontbreekt. Zo bewijst deze tweede
zijweg hetzelfde strategische oordeel langs een tactische route: na
het voor de hand liggende 37.33-28? kan zwart de witte stand
beslissend vastzetten. } $3 ) 40. 39-33 34-40 41. 35x44 24x35
42. 33-28 ( {[%ball] Waarschijnlijk is hier nog het beste om een
schijf te geven via } 42. 22-17 12x21 ) 42... 6-11 43. 48-43 4-10
44. 43-39 10-15 45. 39-34 15-20 46. 44-39 20-24 47. 38-33 12-17
{[%ball] en wit moet dan iets als de wanhoopscombinatie } 48. 34-29
23x43 49. 33-29 24x33 50. 28x48 17x28 51. 32x12 {[%aall] De witte
stand loopt hier niet door één combinatie verloren, maar doordat de
beschikbare speelruimte stap voor stap verdwijnt. Met 42.22-17 had
wit nog een schijf kunnen geven om langer weerstand te bieden, maar
ook dat zou het fundamentele probleem niet oplossen. In de gespeelde
variant rest uiteindelijk slechts een wanhoopscombinatie. Die levert
nog materiaal terug, maar verandert niets meer aan het oordeel: zwart
heeft de witte stand volledig vastgezet en houdt een gewonnen positie
over. } ) ( {[%ball] Wanneer een schijf op 29 langdurig druk
uitoefent, ligt het voor de hand om naar actieve tegenkansen te
zoeken. Met } 37. 27-22 {[%aall] probeert wit daarom niet zozeer af
te wikkelen als wel een uitweg te creëren via het kerkhofveld. Dat
veld heeft zijn naam niet voor niets gekregen. Soms biedt het
redding, maar even vaak blijkt het een plaats waar de hoop van de
verdediger begraven wordt. } 18x27 38. 31x22 6-11 39. 43-39 7-12
40. 33-28 21-26 41. 36-31 4-10 42. 48-43 12-17 43. 31-27 17-21
44. 39-33 10-15 {[%aall] Het idee achter 27-22 is begrijpelijk. Wit
probeert actief spel te krijgen en de greep van de zwarte doorstoot
te verzwakken. Bij nader onderzoek blijkt echter dat de fundamentele
problemen blijven bestaan. Zwart behoudt de gunstige tempiverhouding
en kan de bewegingsruimte verder beperken. De uitstoot naar het
kerkhofveld verandert daardoor minder aan de stelling dan men
aanvankelijk zou verwachten. Ook langs deze route slaagt wit er niet
in de zwarte strategische druk werkelijk te neutraliseren. } )
37... 4-10 38. 33-28 10-15 39. 48-43 15-20 40. 28-22 21-26 41. 22-17
7-11 42. 27-22 18x27 43. 31x22 16-21 44. 22-18 23x12 45. 17x8 13x2
46. 39-33 2-7 47. 36-31 11-16 48. 31-27 7-12 49. 33-28 6-11 50. 27-22
11-17 51. 22x11 {[%aall] Juist deze variant laat zien dat de zwarte
doorstoot niet automatisch beslissend is. Wit slaagt erin zijn
grootste problemen op te lossen en de stelling geleidelijk te
normaliseren. Van een dreigend vastlopen is uiteindelijk geen sprake
meer. Sterker nog, de opsluitingsmotieven rond het klaverblad vragen
nu ook aandacht van zwart. Dat leidt niet tot zwarte problemen, maar
het oorspronkelijke initiatief is verdwenen en het strategische
evenwicht is volledig hersteld. } ) 32. 47-41 ( {[%ball] Een schijf
achterkomen is doorgaans reden tot zorg, maar materiaal tellen is
slechts het begin van de beoordeling. Belangrijker is wat wit voor
die schijf terugkrijgt. Met } 32. 49-43 {[%aall] bereidt wit een
actieve afwikkeling voor waarin de zwarte materiaalwinst gepaard gaat
met een witte doorbraak. } 23-29 33. 28-23 19x26 34. 30x10 4x15
35. 33x24 21x32 36. 38x27 12-17 {[%aall] Zwart heeft een schijf meer,
maar kan daarvan niet werkelijk profiteren. De dreigende witte
doorbraak naar dam biedt voldoende tegenwicht en herstelt het
evenwicht. Deze variant laat daarmee zien waarom materiaal nooit los
van de stelling mag worden beoordeeld: een schijf voorsprong verliest
veel van haar betekenis wanneer de tegenstander daarvoor een vrije
weg naar dam krijgt. Wit redt de partij hier niet ondanks de
doorbraak, maar juist dankzij die doorbraak. } ) 32... 23-29
33. 41-36 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: } 33. 28-22 {[%aall] Wit probeert
actieve tegenspelmogelijkheden te creëren met een voorpost op veld
22. Zo'n uitstoot ziet er aantrekkelijk uit, maar moet worden
getoetst aan de reactie van de tegenstander. De vraag is niet of de
voorpost tijdelijk sterk staat, maar of zij blijvend invloed
uitoefent op de stelling. } 7-11 34. 42-37 21-26 35. 41-36 18-23
36. 22-18 13x22 37. 27x7 11x2 {[%aall] De voorpost op 22 levert wit
niet het gehoopte initiatief op. Zwart weet de uitstoot gecontroleerd
op te vangen en houdt na de afwikkeling het prettigere spel. Dat
betekent echter nog niet dat de partij dicht bij een beslissing is.
Het materieel blijft gelijk en ook positioneel heeft wit nog
voldoende mogelijkheden om weerstand te bieden. Zwart behoudt het
initiatief en de betere vooruitzichten, maar moet nog steeds aantonen
dat dit voordeel voldoende is om de partij daadwerkelijk naar winst
te voeren. } ) 33... 18-23 34. 31-26 7-11 35. 26x17 11x31 36. 36x27
12-17 37. 42-37 17-21 38. 28-22 {[%aall] Met deze zet komen de
strategische problemen van wit tot een hoogtepunt. De zet lijkt op
het eerste gezicht nog actief, maar analytisch brengt zij wit in een
verloren stand. De eerdere Ghestem-doorstoot heeft de witte
bewegingsvrijheid al sterk beperkt en na 28-22 krijgt zwart de
gelegenheid om die druk beslissend op te voeren.
De ernstige
gevolgen blijven in de partij uiteindelijk uit, maar dat verandert
niets aan het oordeel over deze zet. Op dit moment kon Peter Hartog
niet weten dat Mari van Ballegooijen de winst enkele zetten later
weer zou laten ontsnappen. Mogelijk had wit vooral gerekend op het
voor de hand liggende vervolg met 23-28 en daarbij gezien dat daarin
nog een redding verborgen zat. Zwart kon echter winnen door eerst een
schijf te investeren met 24-30 en pas daarna 23-28 te spelen. } $2 (
{[%ball] Na de strategische druk van de Ghestem-doorstoot zoekt wit
naar een actievere verdediging. Met } 38. 27-22 {[%aall] vermijdt hij
de partijzet 28-22 en probeert hij de zwarte greep op de stelling te
verzwakken. Het plan oogt logisch. De vraag is echter niet of wit
actief tegenspel krijgt, maar of de onderliggende positionele
problemen werkelijk worden opgelost. } 4-10 39. 49-44 10-15 40. 48-43
6-11 41. 44-40 21-26 42. 22-17 11x22 43. 28x17 16-21 44. 33-28 21x12
45. 28-22 12-18 46. 32-27 8-12 47. 38-32 15-20 {[%aall] De
verdediging met 27-22 oogt taai, omdat wit nog beschikt over een
actieve doorbraakmogelijkheid. Na 15-20 kan wit inderdaad nog
proberen zich te redden met 22-17 gevolgd door de slag naar 16. Dat
vooruitzicht maakt de stelling op het eerste gezicht minder duidelijk
dan de partijzet 28-22.
Toch blijkt die hoop van korte duur. Zwart
beschikt over het krachtige 18-22, waarna de witte doorbraak
weliswaar mogelijk blijft, maar tegen een veel te hoge prijs. De
noodzakelijke offers en afwikkelingen leveren onvoldoende compensatie
op voor het verloren materiaal en de verzwakte positie. Vanaf dat
moment kantelt het oordeel definitief. De witte tegenkansen verdampen
en zwart wint de partij met overmacht. } ) 38... 29-34 39. 30x39
23-28 {[%aall] En hier vergallopeert Mari zich. De zwarte stand was
inmiddels rijp voor de oogst, maar juist op het beslissende moment
kiest zij voor de verkeerde volgorde. De doorbraak op 28 ligt zo voor
de hand dat zij bijna vanzelf gespeeld wordt. De winst zat echter
verborgen in de voorbereidende offerzet 24-30. Door die mogelijkheid
te missen verdwijnt een groot deel van het opgebouwde voordeel en
krijgt wit onverwacht de kans om zich te redden. } $2 ( {[%ball]
Kingsrow 1.63: } 39... 24-30 {[%aall] Op beslissende momenten wint
een stelling vaak niet door een spectaculair idee, maar door de
juiste volgorde van zetten. De doorbraak op 28 hangt al in de lucht,
maar zwart moet eerst een voorbereidende ingreep uitvoeren. Met 24-30
wordt tijdelijk materiaal geïnvesteerd om de witte verdediging uit
haar verband te trekken. Pas daarna krijgt de doorbraak haar volle
kracht. } $1 40. 35x24 19x30 41. 25x34 23-28 42. 32x23 21x41
43. 23-18 4-9 44. 33-29 {[%aall] De zwarte aanval bereikt hier haar
logische voltooiing. Wit beschikt nog over actieve mogelijkheden,
maar de noodzakelijke afwikkelingen kosten te veel materiaal en laten
onvoldoende compensatie over. Wat eerder vooral een positioneel
overwicht was, wordt nu ook concreet zichtbaar op het bord. De
voorbereiding met 24-30 blijkt de ontbrekende schakel in de
combinatie. Na de daaropvolgende doorbraak behoudt zwart beslissend
voordeel en wint de partij overtuigend. } ) 40. 32x23 21x34 41. 33-29
19x17 42. 29x18 6-11 43. 49-44 34-40 44. 18-12 40x49 45. 12x3 16-21
46. 3-20 49-27 47. 20-33 27-22 48. 33-47 11-16 {[%aall]
SLOTGESPREK
Kingsrow:
De partij werd beslist door een
strategisch idee dat bijna werkte. De Ghestem-doorstoot gaf zwart
langdurig het initiatief en na 38.28-22? stond wit objectief
verloren. Juist daarom is de afloop zo opmerkelijk. De winst lag
klaar, maar bleek afhankelijk van één nauwkeurige
volgorde.
Scan:
Mijn onderzoek draaide vooral om de vraag
welke verdedigingen wit nog had tegen de doorstoot op 29. Daaruit
bleek dat 43-39 de stelling nog bijeenhield, terwijl de natuurlijker
ogende voortzettingen juist verloren gingen. Het verschil tussen die
varianten verklaart waarom de zwarte aanval zoveel indruk
maakte.
Flits:
Eerst staat zwart met beide benen op de
winstlijn en even later loopt wit met een dam rond. Dat zijn precies
de momenten waar ik van hou. De partij zat vol verborgen venijn.
Alleen jammer voor zwart dat de beslissende klap één zet eerder
gegeven moest worden.
Gezamenlijke conclusie:
Een leerzame
strategische partij. Wit koos bewust voor een opener karakter, waarna
zwart met een krachtige Ghestem-doorstoot het initiatief overnam. De
partij leek definitief naar zwart over te hellen na 38.28-22?, maar
juist op het beslissende moment werd de winstweg gemist. Daardoor kon
wit ontsnappen naar een remise die enkele zetten eerder nog ver weg
leek.
RAPPORTCIJFERS
Kingsrow
Peter Hartog:
6,5
Mari van Ballegooijen: 7,5
Partij:
7,5
Scan
Peter Hartog: 6
Mari van Ballegooijen:
7,5
Partij: 8
Flits
Peter Hartog: 6,5
Mari
van Ballegooijen: 7
Partij: 8
GEMIDDELDE
Peter
Hartog: 6,3
Mari van Ballegooijen: 7,3
Partij: 7,8 }
1/2-1/2
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "de Hoon,Ad"]
[Black "de Hek,Peter"]
[Result "1-0"]
[WhiteRating "2083"]
[BlackRating "2150"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "105"]
[WhiteCountry "nl"]
[BlackTitle "CMF"]
[BlackCountry "nl"]
1. 34-30 20-25 2. 30-24 19x30 3. 35x24 18-22 {[%ball] Na de ruil op
de tweede zet kiest wit met } 4. 32-28 {[%aall] voor een iets minder
gebruikelijke opstelling. Populairder zijn 4.33-29 en 4.31-26, zetten
die direct aansluiten bij de gangbare ontwikkelingsschema's. } 16-21
5. 40-34 11-16 6. 45-40 6-11 7. 37-32 14-19 8. 40-35 19x30 9. 35x24
10-14 10. 44-40 {[%mdl 8]} 5-10 11. 50-45 14-19 12. 34-30 25x34
13. 39x30 15-20 14. 24x15 19-23 15. 28x19 13x44 16. 49x40 22-28
17. 32x23 21-27 18. 31x22 17x19 19. 41-37 8-13 20. 46-41 10-14
21. 43-39 12-18 22. 37-32 7-12 23. 41-37 11-17 24. 47-41 16-21
25. 36-31 21-26 26. 41-36 3-8 27. 31-27 17-22 28. 40-34 22x31
29. 36x27 19-24 30. 45-40 1-7 31. 40-35 18-22 32. 27x18 12x23
33. 34-30 13-19 34. 32-27 8-12 35. 37-31 26x37 36. 42x31 7-11
37. 31-26 11-16 38. 38-32 12-17 39. 48-43 9-13 ( {[%ball] Flits 3.1:
Hier had zwart een interessant alternatief achter de hand. De
partijzet 39...9-13 was nog volkomen speelbaar, maar met }
39... 23-29 {[%aall] kon zwart direct afwikkelen naar een stand
waarin de remisekansen stevig overeind blijven. Het is geen gemiste
redding en ook geen verplichte zet, slechts een andere route door
dezelfde stelling. } 40. 43-38 29-34 41. 33-28 34x25 42. 27-21 16x27
43. 32x12 24-29 ( {[%ball] Scan 3.1: } 43... 19-23 44. 28x10 9-14
45. 10x30 25x32 {[%aall] 0,00 } ) 44. 26-21 29-34 45. 39x30 25x34
46. 21-16 14-20 47. 15x13 9x7 {[%aall] Deze variant laat zien dat
zwart nog over een houdbare afwikkeling beschikte. De partijzet
39...9-13 was echter eveneens een normale voortzetting. Daarom moet
23-29 vooral worden gezien als een interessant alternatief dat de
beschikbare remiseroutes in de stelling zichtbaar maakt. } )
40. 43-38 4-9 $2 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: Na 40.43-38 is de
speelruimte van zwart plotseling sterk beperkt. De dreiging vanuit de
witte voorpost maakt algemene zetten ontoereikend. Alleen 40...2-8!
houdt de verdediging bijeen en voorkomt dat wit met een beslissende
doorbraak toeslaat. De partijzet 40...4-9? vormt daarom het
duidelijke kantelpunt. Het is een ernstige fout, maar door de
complexiteit van de stand gaat het te ver om haar als een eenvoudige
blunder te bestempelen. } 40... 2-8 $1 41. 33-28 8-12 42. 39-33 13-18
43. 30-25 4-9 44. 25-20 14x25 {[%aall] Zwart houdt stand doordat 2-8
tijdig de verdediging organiseert. De variant eindigt binnen de
remisegrenzen en bewijst concreet dat de partij vóór 40...4-9? nog
niet verloren was. } ) ( 40... 13-18 {[%aall] Dat juist een
natuurlijke ontwikkelingszet tekortschiet, toont hoe nauwkeurig zwart
na 40.43-38 moest spelen. Wit kan onmiddellijk een
doorbraakcombinatie uitvoeren. Met } $2 41. 27-22 $1 17x37 {[%aall]
wordt de zwarte slag naar veld 37 geforceerd, waarna wit de
combinatie gecontroleerd afwikkelt. } 42. 38-32 37x28 43. 33x13 19x8
44. 30x10 {[%aall] Met 44.30x10 bereikt wit een beslissende
doorbraak. De variant bewijst concreet waarom een aannemelijke zet
als 40...13-18? niet volstaat en ondersteunt daarmee het oordeel dat
alleen 40...2-8! de stand binnen de remisegrenzen hield. } )
41. 30-25 ( {[%ball] Kingsrow 1.63: Na het beslissende 40...4-9? kon
wit met } 41. 27-21 $1 16x27 42. 32x12 {[%aall] de winst directer
afdwingen dan met het gespeelde 41.30-25. Dat laatste bleef
overtuigend winnen, maar 27-21 brengt de tactische kern van de
stelling onmiddellijk aan het licht. Zwart wordt tot slaan gedwongen,
waarna de witte schijf op 12 voor beslissende dreigingen zorgt. }
24-29 ( 42... 13-18 {[%aall] wordt weerlegd door het verrassende }
43. 15-10 $1 {[%ball] Na } 14x5 44. 33-29 {[%aall] speelt de
meerslagregel een hoofdrol. Zwart wordt gedwongen tot } $1 23x32
{[%ball] waarna } 45. 12x3 {[%aall] een dam oplevert. Een fraai
voorbeeld van hoe een ogenschijnlijk gewone slagwisseling door de
verplichte slagvolgorde ineens in een winnende combinatie verandert.
} ) 43. 33x24 23-29 44. 24x33 19-23 45. 12-8 14-19 {[%aall] Wit
behoudt een beslissende winststand en voert de doorgedrongen schijf
verder richting dam. } ) 41... 16-21 42. 27x16 2-7 43. 32-27 13-18
44. 38-32 17-22 45. 25-20 22x31 46. 26x37 14x25 47. 15-10 9-13
48. 33-28 24-29 49. 39-34 29x40 50. 35x44 25-30 51. 10-4 7-12
52. 28-22 18x38 53. 4x42 {[%aall] Lange tijd verliep de partij zonder
beslissende fouten. De afwijkende opening met 4.32-28 was volwaardig
en 39...9-13 hield de stand eveneens binnen de remisegrenzen. Het
duidelijke kantelpunt kwam pas met 40...4-9?. Alleen 40...2-8! had de
verdediging nog sluitend gehouden. Ad de Hoon koos vervolgens met
41.30-25 niet voor de meest directe winst, maar bracht zijn
overtuigende voordeel wel veilig naar de overwinning. De ongespeelde
voortzetting 41.27-21! vormt met haar verrassende meerslagcombinatie
het tactische hoogtepunt van de
analyse.
Rapportcijfers
Kingsrow
Ad de Hoon: 8,0
Peter de Hek: 6,0
Partij: 7,5
Scan
Ad de Hoon: 8,0
Peter
de Hek: 6,5
Partij: 7,5
Flits
Ad de Hoon: 8,5
Peter de
Hek: 6,0
Partij: 8,0
Gemiddelde
Ad de Hoon: 8,2
Peter de
Hek: 6,2
Partij: 7,7 } 1-0
[Event "Nationale Clubcompetitie KNDB 2026/2027"]
[Site "?"]
[Date "2026.09.19"]
[Round "1"]
[White "Verschoor,Wim"]
[Black "van Oosterhout,Rene"]
[Result "1/2-1/2"]
[WhiteRating "2044"]
[BlackRating "2070"]
[Annotator "Turbodambase ism Copilot en Fred Roedolph"]
[PlyCount "81"]
[WhiteCountry "nl"]
1. 34-30 18-22 2. 32-27 12-18 3. 37-32 19-23 4. 31-26 22x31 5. 26x37
20-25 6. 36-31 25x34 7. 40x29 23x34 8. 39x30 15-20 9. 44-39 14-19
10. 50-44 10-14 11. 41-36 5-10 12. 46-41 17-21 13. 31-26 21-27
14. 32x21 16x27 {[%ball] Met } 15. 30-25 {[%aall] neemt wit ruimte in
op de korte vleugel. Na } 19-23 {[%aall] brengt } 16. 33-28 23x32
17. 37x28 {[%aall] de centrale schijven rechtstreeks met elkaar in
contact. Van een scherpe confrontatie is echter nog geen sprake.
Zwart kan het contact onmiddellijk opheffen en doet dat ook: } 18-22
18. 28x17 11x22 {[%aall] Na deze afwikkeling blijft een
overzichtelijke, gelijkwaardige stand over. Het actieve
centrumcontact leidt dus niet tot blijvende druk of een structureel
voordeel, maar vormt de opmaat naar het rustige en beheerste karakter
van de rest van de partij. } 19. 41-37 7-11 20. 45-40 13-18 {[%ball]
Wit bouwt met } 21. 40-34 18-23 22. 39-33 8-12 23. 33-29 12-18
{[%ball] zijn centrumstand verder uit, maar kiest vervolgens voor een
terugruil. Na } 24. 34-30 23x34 25. 30x39 {[%aall] is de spanning
weer grotendeels verdwenen. De stand blijft gelijkwaardig en geen van
beide spelers krijgt aanknopingspunten om de ander werkelijk onder
druk te zetten. } 9-13 26. 37-32 11-16 27. 32x21 16x27 28. 38-32
27x38 29. 43x32 18-23 30. 32-27 22x31 31. 26x37 20-24 32. 42-38 14-19
33. 47-42 2-8 34. 36-31 8-12 35. 37-32 4-9 36. 38-33 10-14 37. 32-28
23x32 38. 33-29 24x33 39. 39x37 19-24 40. 37-32 14-19 41. 42-38
{[%aall] Wim Verschoor en René van Oosterhout speelden een correcte
en gelijkwaardige partij. Met 15.30-25 en 16.33-28 zocht wit
aanvankelijk actief centrumcontact, maar dat leidde niet tot
blijvende druk. Daarna bepaalden gecontroleerde afwikkelingen het
partijbeeld. De zwarte schijf op 27 leverde geen aantoonbaar gevaar
op en ook de laatste centrumruil bracht geen structurele onbalans
meer teweeg. De remise past daarmee logisch bij een partij waarin
beide spelers weinig zwakke punten toelieten, maar evenmin een
serieuze winstpoging konden
ontwikkelen.
Rapportcijfers
Kingsrow
Wim
Verschoor: 7,0
René van Oosterhout: 7,0
Partij: 6,5
Scan
Wim
Verschoor: 6,8
René van Oosterhout: 6,9
Partij: 6,4
Flits
Wim
Verschoor: 6,6
René van Oosterhout: 6,7
Partij:
6,2
Gemiddelde
Wim Verschoor: 6,8
René van Oosterhout: 6,9
Partij: 6,4 } 1/2-1/2